Built with Berta.me

  1. Ik onderzoek dingen. Maar wat zijn dat? Overal horen, zien, ruiken, voelen, proeven en denken we dingen. Zijn dingen fetisj? Hebben ze een ziel? Kunnen ze praten of zingen? Hebben dingen hun eigen taal? Zijn het dan wezens, mensen? Zijn mensen dingen? Zijn dingen bezit? Kunnen dingen onding worden? Zijn dingen politiek? 

    Anderzijds heeft bijna alles wat we om ons heen zien een titel, een naam. Maar wanneer we iets enkel nog een ding noemen ontstaat er een enorme vrijheid. Dit geeft talloze mogelijkheden om dingen te kunnen herinterpreteren, om te laten zien dat alledaagse dingen ook anders kunnen zijn wanneer we ze anders laten zien. Om dingen waar we vervreemd van zijn misschien beter te begrijpen en dingen die we denken zo goed te begrijpen weer even van ons te vervreemden.

    Zoals het een mens nou eenmaal betaamt ben ook ik van jongs af aan omringd door dingen. Opgroeiend in de jaren 90 maakte ik kennis met een multi-mediale wereld die zich gedurende mijn leven steeds verder aan het ontwikkelen en uit aan het breiden was. In mijn kleuterjaren kreeg ik de kans om te genieten van de destijds in Nederland bloeiende Hardcore-scène, een sub-cultuur die kroop waar het niet gaan kon. ‘Duivels-muziek’, noemden de conservatieve ouderen het, terwijl wij op het schoolplein stonden te hakken rond de zandbak. In de collectieve verbeelding van mij en mijn kleutervrienden hadden we allemaal een rol aangenomen van één van de angstaanjagende monsters die op de covers van de Thunderdome cd’s stonden. Mijn danspasjes kon ik thuis oefenen op de slaapkamer van mijn 11 jaar oudere broer, wiens kamer gevuld was met dergelijke platen en posters. 

    Ik zei in mijn tienerjaren dat ik altijd graag voor eeuwig wilde blijven experimenteren, alles uitproberen, overal van proeven, niks missen, alles een beetje kennen en alles een beetje kunnen. Ik wilde me nergens aan vast houden want ‘stilstaan is doodgaan’. Ik wil de ene dag naar een hardcore rave kunnen en de volgende dag naar een klassiek concert. Terwijl ik overal sub-culturen aan het spotten ben voel ik me ten opzichte hiervan vaak een soort ramptoerist. Ik vind dat massale gedrag ook altijd ergens iets griezeligs hebben. Het lijkt dan alsof we ons massaal laten bezweren door de mens en zijn medium; het lijkt wel een voodoo dokter. Maar wanneer je de menselijke context weghaalt bij het medium blijft er een ding over dat enkel zichzelf is en naar zichzelf verwijst, het ding ligt er verlaten bij en bemiddelt niets meer. Of wel? 

    Wat mij vaak vooral boeit is de manier waarop dingen mensen in beweging brengen en hoe mensen vervolgens dingen weer in beweging brengen. Ik denk dat dingen altijd een overtuiging of idee bemiddelen, een ding is immers altijd door mensen gemaakt en dus ontstaan vanuit een idee. Onze sociale relaties worden bemiddeld door dingen. Wat blijft er over als alle opgelegde noodzakelijkheid en functie uit een ding verdwijnt? Het ding wordt dan soms bijna een grap, de esthetiek lijkt te veranderen in iets decoratiefs. Ik ver-maak wat mij vermaakt, dit heeft voor mij een dubbele betekenis. Hetgeen dat mij vermaakt verandert continu, het ene moment kan ik mij er volledig in verliezen en de volgende dag laat het mij koud. In de andere betekenis beredeneer ik dit woord als ver-maken, het ding dat mij vermaakt ontkrachten door te verbouwen, vertalen, inzoomen, uitzoomen, oftewel uit zijn verband te rukken.